Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
5 september 2013

CDA stelt vragen over verbranding buitenlands afval in REC

Omrin gaat mogelijk afval uit het buitenland verbranden in de reststoffenenergiecentrale (REC) in Harlingen. Dat berichtte het Friesch Dagblad op 5 september 2013. CDA Fryslân heeft daar vragen over gesteld. “Dit zorgt, heel begrijpelijk, opnieuw voor onrust onder de omwonenden,” reageert CDA Statenlid Johan Apperloo.

Meer afval
Omrin heeft bij de provincie een vergunning aangevraagd voor het verbranden van meer afval. Op dit moment wordt in de REC alleen ‘eigen’ afval verbrand, maar volgens het Friesch Dagblad kan Omrin dat niet meer garanderen als de vergunning wordt uitgebreid. Dan zou er ook wel eens buitenlands afval in Harlingen kunnen worden verwerkt.

Onrust
“Verwerking van meer afval kan extra werkgelegenheid opleveren, maar tegelijkertijd komen er veel verontruste reacties van gemeenten en inwoners over de mogelijke uitbreiding voor de REC,” aldus Apperloo. “Wij willen graag weten hoe het college van GS hier tegenaan kijkt en wanneer bekend is of de vergunning wel of niet wordt verleend.” 

De vragen van het CDA luiden als volgt en zijn beantwoord op 4 oktober 2013:
  1. Wat vindt het college de mogelijke verbranding van buitenlands afval in de REC?
    Het behoort tot de juridische mogelijkheden. Er is geen moratorium voor het importeren van
    afval uit het buitenland. Met het verlenen van de Ri status aan alle Nederlandse afvalovens
    is de mogelijkheid geschapen om tevens afval uit het buitenland te kunnen verbranden.
     
  2. Wat is de mening van het college over de in het Financieel Dagblad geschetste eco-nomische voordelen en werkgelegenheidsaspecten van de import van buitenlands afval? Wat kan dit betekenen voor Noordwest Fryslân?
    Het financieel dagblad gaat in op de onderbezetting bij Nederlandse afvalverbranders en niet
    op de werkgelegenheidsaspecten. De import van afval leidt tot een betere benutting van de
    afvalverbranders en daarmee extra omzet voor de bedrijven als Attero en AEB. Hoe een be
    tere bezetting bij concurrerende bedrijven van invloed zijn op de bedrijfsresultaten en werk
    gelegenheid van Omrin en in het bijzonder de REC is bij ons niet bekend. Dit zijn bedrijfsma
    tige gegevens die eerder bekend zijn bij de aandeelhouders van Omrin.
     
  3. Heeft Omrin bij de onlangs ingediende vergunningaanvraag voor uitbreiding aange-geven dat er bij uitbreiding mogelijk buitenlands afval in de REC zal worden verbrand?
    In de aanvraag is het volgende aangegeven:
    “De extra afvalstoffen zijn afkomstig van dezelfde huishoudens en bedrijven als waar de hui
    dige aanvoer uit bestaat. Hoofdzakelijk bestaat de aanvoer uit residuen van het schei
    den/vergisten van huishoudelijk afval (RDF en digestaat), grof huishoudelijk afval, vergelijkbaar
    bedrijfsafval (HDO en dergelijke) en residu van bouw- en sloopafval. De volledige lijst
    van te accepteren afvalstoffen is opgenomen in het bij de aanvraag toegevoegde AV/AO-IC •
    document.”

    Overigens is voor de acceptatie van afvalstoffen van belang welke euralcode de afvalstof
    heeft en niet of deze uit het buitenland afkomstig is. Aan de hand daarvan mag Omrin de
    afvalstof accepteren om te verwerken.
     
  4. Kent het college de argwaan van de omliggende gemeenten en haar inwoners? Zo ja, wat betekent dit volgens het college voor de participatie van de omliggende ge-meenten in het verbrandingsproces van de REC?
    Ja wij zijn hiervan op de hoogte.
    Deze gemeenten, in de rol van aandeelhouder in Omrin, zullen zelfstandig een afweging
    moeten maken hoe ze willen omgaan met deze ontwikkelingen in de markt en hoe ze in hun
    rol als aandeelhouder willen en kunnen sturen op het beleid van Omrin.
     
  5. Wanneer wordt het besluit genomen of de aanvraag van de REC wel of niet wordt goedgekeurd?
    Op 17 en 22 juli zijn door de REC aanvullingen op de vergunningaanvraag ingediend. Wij
    zijn momenteel bezig met het opstellen van de ontwerpbeschikking. Wij proberen deze op
    korte termijn te publiceren.
     

Meer informatie:

Johan Apperloo, Statenlid CDA Fryslân, (06) 5119 5340