Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
23 december 2013

Onderweg naar mei 2014 - uitbreiding

Volgend jaar mei zijn er weer Europese Verkiezingen. Maar wat is de Europese Unie eigenlijk? Waarom zouden we moeten stemmen? In deze reeks probeer ik per keer een klein stukje van het grote Europa er uit te pakken, en er wat helderheid over te verschaffen. Deze keer een uitgebreid stukje over uitbreiding.
 
De Europese Unie zoals we die vandaag de dag kennen bestaat uit 28 lidstaten en 6 kandidaat lidstaten. De eerste voorloper van de EU was de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en is in 1952 opgericht door 6 landen. Duitsland en Frankrijk besloten aan de hand van het Schuman plan met Italië, België Luxemburg en Nederland deze gemeenschap op te zetten. Kolen en Staal, symbolisch gekozen om het feit dat het hier ging om de twee belangrijkste grondstoffen voor oorlogsmaterieel, maar ook strategisch omdat het twee van de grootste handelsproducten waren in die tijd. In 1957 was men erg tevreden over deze eerste stap, en werd de volgende stap naar verder integratie gezet. Dit met de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom (Europese Atoom Gemeenschap). Door de positieve gevolgen van integratie, en de economische groei van deze landen, werd het voor andere landen aantrekkelijk om zich hierbij aan te sluiten.
 
Het veto van Frankrijk
Het Verenigd Koninkrijk (VK) was een van deze landen. Zoals dit land vandaag de dag nog steeds verdeeld is over de EU, was het in die tijd niet anders. Drie maal kandideerde het VK zich voor lidmaatschap, maar het duurde tot 1973 tot het toe zou treden, gezamenlijk met Denemarken en Ierland. Tot tweemaal daarvoor had Frankrijk een veto uitgesproken tegen de toetreding van het VK. De Fransen waren bang dat de Engelsen de zijde van de Duitsers zouden kiezen op vele vlakken, en hiermee de macht van Frankrijk in zouden perken. In de tussentijd hadden de Britse eilanden een eigen Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) opgezet als tegenhanger met landen die niet konden of wilden toetreden tot de EEG. De EVA bestaat nog steeds. Noorwegen, Zwitserland, IJsland en Liechtenstein sloten op deze manier een akkoord met de EU zonder daadwerkelijk toe te treden
 
Terugkeer naar democratie
De volgende uitbreiding van de EU kwam in 1981, toen Griekenland toetrad, niet veel later gevolgd door Spanje en Portugal in 1986. De voornaamste reden om deze landen het lidmaatschap te gunnen was om in deze landen de terugkeer naar de democratie te stimuleren. Europa, gebaseerd op gedeelde waarden, wilde op deze manier de drie landen een duwtje in de rug geven.
 
Uit de neutraliteit
In 1991 groeide de toenmalig Europese Gemeenschap flink door de eenwording van Duitsland wat de opmaat zou zijn voor een flinke uitbreiding in 2004. Tussendoor sloten eerst Oostenrijk, Zweden en Finland zich aan. Voorheen waren dit drie landen die zich neutraal probeerden op te stellen in internationale kwesties. Het feit dat de koude oorlog voorbij was, en dat ze meer nadelen ondervonden van de EVA door wel de regels te moeten toepassen, maar geen inspraak te hebben, sloten zij zich in 1995 aan bij de Europese Unie.
 
Verdere uitbreiding: De Kopenhagen Criteria (?)
De val van De Muur is vandaag de dag toch wel het symbool voor de val van het communisme. Vele staten konden vanaf nu weer onafhankelijk hun gang gaan, en velen kozen de weg van de democratie. Om hun breuk te bekrachtigen en zich expliciet af te keren van het verleden vroegen vele landen het lidmaatschap van de EU aan. De EU zag dit aankomen en stelde in juni 1993 de Kopenhagen Criteria in. Deze bestaat uit een zestal voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor het lidmaatschap. Deze voorwaarden luiden:
 
  • beschikken over stabiele instellingen;
  • de democratische principes respecteren;
  • de mensenrechten respecteren;
  • een functionerende markteconomie hebben die bestand is tegen de concurrentie van de interne markt;
  • het acquis communautaire* overnemen en toepassen in eigen land;
  • een Europees land zijn. 

* Het geheel van EU-verdragen, verordeningen, richtlijnen, inclusief de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie
 
Hoewel er twijfels bestaan aan het voldoen aan deze eisen van de later toegetreden landen, stemde de EU er mee in dat 10 landen (Cyprus, Malta, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Litouwen, Letland, Estland en Hongarije) in 2004 konden toetreden. Dit vooral onder het mom van het versterken van de democratie in deze landen en het verruimen van de handelsruimte. Daarnaast leek het bepaalde landen tactisch goed aangezien uitbreiden het verdiepen in de weg zit (Verenigd Koninkrijk) en andere landen bondgenoten zagen in de nieuwe leden (Duitsland).

Een zelfde soort verhaal is van toepassing op Roemenië en Bulgarije, die er in 2004 niet klaar voor leken te zijn, maar in 2007 alsnog aanschoven. Het laatst toegetreden land is tot op heden Kroatië, dat in 2013 toetrad tot de Europese Unie.
 
Dit is het vierde deel in een reeks getiteld ‘Onderweg naar mei 2014’ van Adjunct Internationaal Secretaris van het CDJA Wiebe Strikwerda. Elke maand tot aan Europese Verkiezingen zal er een kort informerend stuk over Europa hier verschijnen.