Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
6 oktober 2015

Foerageergebieden ganzen: CDA Fryslân wil duidelijkheid van college

Fernande Teernstra en Maaike Prins, CDA Statenleden, willen duidelijkheid over de aanwijzing van foerageergebieden voor ganzen op land van boeren. Zij stellen daarom het college van Gedeputeerde Staten schriftelijke vragen naar aanleiding van een artikel in het Friesch Dagblad met de titel ‘Provincie negeert boeren met ganzenbezwaar’. Volgens dit artikel wil de provincie Fryslân niet in gesprek gaan met de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV). Dit terwijl de NMV graag met de provincie Fryslân in gesprek zou willen over bezwaren die boeren hebben en over de aanwijzing van foerageergebieden voor rot- en brandganzen.
 
NMV wil in gesprek met provincie
Het feit dat de provincie Fryslân wel in gesprek wil met organisaties als de Vogelbescherming en it Fryske Gea stuit de NMV tegen de borst. Frank Wijnands van de NMV reageert: “Ik ben zwaar beledigd dat ze wel met de anderen in gesprek gaan en niet met ons”. Daarnaast heeft de NMV ook bezwaar tegen het feit dat deelname van boeren om hun land beschikbaar te stellen als foerageergebied niet langer vrijwillig schijnt te zijn. Op de uiteindelijke kaart staan volgens het artikel in het Friesch Dagblad ook gronden van boeren die niet beschikbaar zijn gesteld.
 
Opheldering over foerageergebieden

Het CDA wil nu opheldering over de aanwijzing van foerageergebieden. Daarnaast willen we ook duidelijk maken dat er helderheid moet komen in de communicatie richting boeren over de foerageergebieden voor ganzen en de bijbehorende vergoedingen.

Reactie college
Op 30 september hebben we de volgende reactie van het college ontvangen:

1. Is het college op de hoogte van dit artikel en kloppen de beweringen dat provincie Fryslân niet in gesprek wil met de NMV? Zo ja, wat is de reden dat de provincie Fryslân niet in gesprek wil gaan met de NMV maar wel met it Fryske Gea en de Vogelbescherming?
Ja, wij zijn op de hoogte van het artikel. Het klopt echter niet dat de provincie niet in gesprek wil gaan met de NMV. Het artikel in het Friesch Dagblad is gebaseerd op een hoorzitting in het kader van de bezwarencommissie. Door de behandeling van het bezwaar in de bezwarencommissie en het gesprek dat daar gevoerd is, is er onduidelijkheid ontstaan. Onduidelijkheid over enerzijds het (vastgestelde) beleid en de uitvoering van beleid en anderzijds over de vraag of de provincie daarover in gesprek wil gaan.
Waar het gaat om vastgesteld beleid kan er op dit moment niets gewijzigd worden. In een gesprek kan wel uitgelegd worden wat het beleid is hoe het beleid bij de evaluatie in 2016 opnieuw wordt afgewogen. Over de uitvoering van beleid kan altijd worden gesproken en mochten er omissies zijn dan kunnen die recht gezet worden. De bezwaren van de Vogelbescherming en het Fryske Gea gaan over de uitvoering van beleid. Uiteraard zijn wij altijd bereid om met de boeren en ook met de NMV, te spreken over de uitvoering van het beleid en de uitleg van het beleid.

2. Volgens het Friesch Dagblad heeft de provincie het afgelopen jaar 8000 ha. aangewezen als gebied waar ganzen moet kunnen rusten en foerageren. Veel van deze gebieden liggen op gronden van boeren die hun land vrijwillig beschikbaar stellen voor de ganzen. Weliswaar krijgen zij een onkostenvergoeding voor de schade die deze ganzen berokkenen. Het Friesch Dagblad stelt dat ook boeren die zich niet vrijwillig hebben aangemeld plotseling zien dat hun gebied is aangewezen als foerageergebied. Klopt de stellingname van het Friesch Dagblad dat gronden die niet door de boeren zijn aangemeld ook aangewezen zijn als foerageergebied? Zo ja, op grond waarvan zijn deze gebieden aangewezen als foerageergebied? Het CDA is een voorstander van heldere communicatie richting boeren omtrent de vergoedingen en aanwijzing van de foerageergebieden.
Nee, deze bewering is niet juist. De vaststelling van de begrenzing van foerageergebied gebeurt op vrijwillige basis. Vrijwillige deelname is een uitgangspunt van de Fryske Guozzen oanpak.

De vrijwilligheid blijkt ook uit de inventarisatie die BoerenNatuur heeft uitgevoerd onder de boeren. Via de Agrarische Natuurverenigingen zijn aanmeldformulieren uitgezet en zijn de percelen ingetekend. Deze kaart is als basis gebruikt voor de door de provincie opgestelde (digitale) kaart. Deze kaart is ter controle online ter inzage gelegd en is daarna (na een correctieronde) door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Na de vaststelling is de formele bezwaar en beroepsperiode ingegaan van 6 weken en konden nogmaals correcties worden doorgegeven. Daarmee zijn er twee correctierondes geweest waarbij eventuele omissies, of gewijzigde omstandigheden konden worden doorgegeven.

Na de vaststelling door Gedeputeerde Staten treden er soms wijzigingen op, bijvoorbeeld door koop en verkoop. Grondeigenaren en grondgebruikers kunnen dan contact opnemen met de provincie. De intekening wordt dan bekeken en waar nodig gecorrigeerd. Dit geldt ook voor ten onrechte begrensde percelen. Ook dit is onderdeel van de vrijwilligheid.

3. Daarnaast wordt ook aangegeven dat er onduidelijkheid is over de vergoedingen aan boeren en dat ook niet duidelijk is waarom voor 8000 ha. is gekozen. Welke inspanningen doet het college om de onduidelijkheid die er kennelijk ontstaan is weg te nemen?
Incidenteel komen er vragen binnen over de vergoedingen. Vragenstellers worden daarbij doorverwezen naar BIJ12, unit Faunafonds. Deze organisatie keert de vergoedingen voor de schade en de vergoedingen voor deelname aan de foeragebieden uit voor alle provincies. BIJ12 zorgt er ook voor dat de schade getaxeerd wordt en verzorgt de communciatie.

Het Faunafonds publiceert regelmatig op haar website over relevante zaken. In augustus is een persbericht uitgegaan over de wijze waarop de betaling van de beheervergoedingen vorm krijgt. Afgelopen jaar zijn er ook andere publicaties geweest over actuele zaken. 

Binnenkort ontvangen de grondgebruikers een brief van BIJ12, unit Faunafonds, over de vergoedingen voor de foerageergebieden en de deminirnisverklaring die daarvoor nodig is. De 8000 ha. is een afspraak die voortkomt uit het overleg met de Fryske gespreksparters (voorafgaand aan de Fryske Guozzenoanpak) en is vastgelegd in de Fryske Guozzenoanpak.
 

Meer informatie:

Fernande Teernstra, Statenlid CDA Fryslân, (06) 47 00 73 00, f.teernstra@fryslan.frl
Maaike Meindertsma-Prins, Statenlid CDA Fryslân, (06) 10 51 06 67, m.prins@fryslan.frl