Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
3 november 2015

Olifanten in Fryslân gesignaleerd?

Begin oktober konden we niet alleen in het Natuurmuseum een olifant bekijken. Aan de sporen langs de wegen lijkt het alsof vaker kuddes hun weg volgen op zogenaamde olifantenpaadjes.
 
Wikipedia: “Olifantenpaadjes zijn vernoemd naar de typische eigenschap van olifanten om altijd de kortste weg te kiezen en zich niet in het minst druk te maken over het afwijken van een geplaveid pad. Olifanten hebben dan ook de neiging altijd hetzelfde pad te volgen, hierdoor slijt zich een zichtbaar pad uit in de begroeiing. Daar mensen identiek gedrag vertonen en graag van de geplaveide paden afwijken, ontstaan overal waar mensen zich begeven dergelijke paden.”


 
Het gaat hier in Fryslân natuurlijk niet om echte olifanten, maar om weggebruikers die stelselmatig niet de voorgeschreven/ontworpen route volgen maar afsnijden of binnendoor steken.
 
Drie voorbeelden:
  1. De carpoolplaats bij Wirdum waar auto's het eenrichtingsbord negeren en binnendoor steken ipv de buslus te volgen
  2. De oversteek van Berlikum naar Beetgum van de provinciale N383, waar fietsers onder de weg door moeten ipv de provinciale weg oversteken.
  3. De rotonde bij Stiens kruising N383 en N357 waar trekkers een bepaalde rijrichting hebben maar afsnijden via het gras.

De CDA-fractie vraagt zich af of deze wijze van infra gebruiken niet één van de grote oorzaken is van ongevallen. De registratie van ongevallencijfers is nog steeds een punt van zorg. De afspraken met MCL om daar meer in te registreren is een eerste stap. Maar meer inzicht krijgen in de relatie tussen wegontwerp en ongevallen blijft noodzakelijk. 
 
Met het stellen van enkele vragen aan GS hoopt de CDA-fractie dan ook het onderwerp hoog op de agenda te houden. Begin november ontvingen wij de volgende antwoorden:

Is er een overzicht van dergelijke olifantenpaadjes bij of rondom provinciale infrastructuur? Zo ja, hoe wil Gedeputeerde Staten de Statenleden hierover informeren? Zo nee, is Gedeputeerde Staten van plan zo'n overzicht te maken?
Ja, wij hebben een quick-scan inventarisatie uitgevoerd van de ons op dit moment bekend zijnde “olifantenpaadjes” bij provinciale wegen. Zonder uitputtend te zijn betreft dit de volgende locaties op provinciale wegen:
  • N355: Noordbergum, ter hoogte van de kerk
  • N361: tussen fietspad en afslag Breedyk bij Ryptsjerk
  • N383: einde parallelweg oost
  • N369: door Harkema: bewoners hebben paadjes gecreëerd
  • N354: doorsnijding tussen parallelweg en hoofdrijbaan
  • N359: rondweg Lemmer ter hoogte van kruising voormalige trambaan; rotonde bij Balk; ter hoogte van volkstuincomplex; tunnel Laekwerterwei
  • N927: ter hoogte van twee erfaansluitingen boerderij
  • N928: bij inrit benzinestation en industrieterrein Eigen Haard

Is er inzicht of juist op deze plekken het ongevallenpercentage hoger is? Zo ja, welke conclusies trekken Gedeputeerde Staten uit dit inzicht? Zo nee, wat gaat Gedeputeerde Staten doen om meer inzicht in de ongevallencijfers te krijgen?
Er bestaat geen exact inzicht in ongevallencijfers van “olifantenpaadjes”. Onze indruk is echter dat er over het algemeen weinig ongevallen gebeuren bij dergelijke paadjes. Onze kantonniers bevestigen dat beeld. Mensen die oversteken bij olifantenpaadjes zijn extra alert op de situatie omdat men beseft dat er geen sprake is van een verkeersveilige en wettelijk toegestane oversteek. Men compenseert dit besef door extra goed op te letten bij het oversteken (wet van het constante risico).

Bij de oversteek Breedyk (N361) bij Ryptsjerk heeft zich in het verleden een dodelijk fietsongeval voorgedaan. Recent is de situatie sterk verbeterd: een haag tussen fietspad en rijbaan die het uitzicht belemmerde is vervangen door een houten hekwerk van zodanige lengte zodat het verkeer zicht heeft op elkaar en fietsers niet meer op de rijbaan de doorsteek over het kruispunt kunnen maken.

Naast nationale initiatieven om meer inzicht te krijgen in ongevallendata, ontwikkelen wij ook zelf initiatieven om aanvullende data te verwerven. De pilot met het MCL en Veiligheid NL, zoals u in uw inleiding aangeeft, is daar een goed voorbeeld van.

Daarnaast richten wij onze aandacht op een meer pro-actieve aanpak. De gezamenlijke provincies hebben hiervoor door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) de ProMEV-methodiek laten ontwikkelen. Deze methodiek maakt onder andere gebruik van veiligheidsindicatoren (SPI’s: Safety Performance Indicators) om de (on)veiligheid van een wegvak of kruising te kunnen voorspellen. In de provincies Utrecht en Gelderland wordt de toepassing van deze methodiek getest. Door middel van deze methodiek ontstaat inzicht in de factoren die tot ongevallen kunnen leiden op bepaalde weggedeelten en kruispunten, zodat daaraan gekoppelde maatregelen (infrastructuur, gedrag, handhaving) kunnen worden getroffen.

Worden nieuw opgeleverde werken, na een bepaalde gewenningsperiode, gecontroleerd op ontwerpfouten? Zo nee, is Gedeputeerde Staten van mening dat dit wel noodzakelijk is? Zo ja, welke mogelijkheden zijn er in het huidige beleid om deze ontwerpfouten te corrigeren?
Ja, niet alleen tijdens, maar ook na uitvoering van projecten worden observaties uitgevoerd om vast te stellen of de nieuw aangelegde infrastructuur ook zodanig functioneert als waarvoor deze is aangelegd. Niet alleen na realisering maar juist ook in de ontwerpfase wordt het gewenste gebruik van de infrastructuur vanuit de optiek van de weggebruiker meegenomen in het ontwerp.

Waar het achteraf nodig blijkt worden zo mogelijk aanvullende maatregelen getroffen om oneigenlijk gebruik te voorkomen, door plaatsing van hekken en paaltjes of het aanleggen van greppels.


Meer informatie:

CDA Statenlid Wendy Zuidema-Haans, w.zuidema@fryslan.frl, 06-10813721