Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
19 januari 2006

CDA stelt vragen over deelname HNN Hogescholen in Raad van Toezicht Carthesiusinsitituut

De CDA Statenfractie Fryslân heeft schriftelijke vragen gesteld over de deelname van de Hogescholen Noord Nederland (HNN) in de Raad van Toezicht van het Carthesiusinstituut. Deze vragen zijn gesteld naar aanleiding van een brief van de HNN-groep van 23 december 2005.

In deze brief geeft de HNN-groep aan geen vertegenwoordiger in de Raad van Toezicht van het Carthesiusinstituut voor te dragen. Het college van GS heeft van deze brief eveneens een afschrift ontvangen. Op 18 mei 2005 hebben de Provinciale Staten besloten een bijdrage beschikbaar te stellen voor het Kompasproject Kenniscentrum Duurzame Innovaties, onder voorwaarde dat de drie Leeuwarder Hogescholen betrokken zullen worden bij de uitvoering van het project. 
 

Het CDA stelt het college van GS naar aanleiding daarvan de volgende vragen:

  1. Wat vindt het college van de juridische constructie van het Carthesiusinstituut (één persoon is zowel de enige statutair bestuurder als directeur)?
  2. Welke motieven liggen ten grondslag aan het feit dat de Noordelijke Hogescholen slechts als onderaannemer mogen optreden?
  3. Hoe verhoudt dit zich tot het genomen besluit op 18 mei, waarin staat dat de drie Leeuwarder Hogescholen betrokken zullen worden bij de uitvoering van dit project?
  4. Deelt u onze conclusie dat het onderdeel Toerisme en Recreatie niet door de Leeuwarder Hogescholen wordt uitgevoerd?
  5. Welke acties onderneemt het college om aan Fryslân beschikbaar gestelde onderzoeksgelden, in Fryslân te besteden, met name als het gaat om toegepast onderzoek?
  6. Deelt het college onze mening dat het vreemd is dat kennelijk de Raad van Toezicht nog niet bemenst is, terwijl in 2005 gesuggereerd is dat de leden van de Raad van Toezicht bekend waren?
  7. Deelt het college de overwegingen van de voorzitter van de HNN-groep voor het niet voordragen van een kandidaat vanuit de Noordelijke Hogescholen in de Raad van Toezicht, en kunt u dit motiveren?

Meer informatie:

Cees Vos, T. 058-2572763 en Jeanet Dijkema-Reinders, T. 058-2660168

Beantwoording

Leeuwarden, 23 februari 2006
Verzonden, 2 maart 2006

Geachte mevrouw Dijkema-Reinders en heer Vos,

U hebt vragen gesteld ex artikel 36 Reglement van Orde met als onderwerp de deelname van HNN Hogescholen Raad in de Raad van Toezicht van het Cartesiusinstituut. Hieronder geven wij ons antwoord op deze vragen.

Vraag 1. 
Wat vindt het college van de juridische constructie van het Cartesiusinstituut (één persoon is zowel de enige statutair bestuurder als directeur)

Antwoord
Ten behoeve van de uitvoering van het project is een stichting opgericht. Oprichting van een stichting was gewenst in verband met de aan het project toegekende subsidiemiddelen. Op verzoek van leden van de Raad van Toezicht is gekozen voor een stichting “moderne stijl”. Dit type stichting is tegenwoordig heel gebruikelijk. Dergelijke stichtingen worden bestuurd door een bestuur, bestaande uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal bestuurders. Het bestuur staat onder toezicht van de Raad van Toezicht.
Ter informatie voegen wij hier aan toe, dat de stichting Kenniscentrum Duurzame Innovaties inmiddels twee bestuurders kent.

Vraag 2 
Welke motieven liggen ten grondslag aan het feit dat de Noordelijke Hogescholen slechts als onderaannemer mogen optreden?

Antwoord
De terminologie aannemerschap en/of onderaannemerschap lijkt ons niet bij uitstek van toepassing, waar het gaat om de activiteiten van de stichting. Er zijn diverse conctructies denkbaar voor de uitvoering van projecten door de stichting, waarbij de hogescholen op verschillende manieren - bijvoorbeeld ook als projectleider – kunnen deelnemen. De positie van partijen hangt af van capaciteit, inhoudelijke prioriteiten en dergelijke.

Vraag 3
Hoe verhoudt dit zich tot het genomen besluit op 18 mei, waarin staat dat de drie Leeuwarder Hogescholen betrokken zullen worden bij de uitvoer van dit project?

Antwoord
Zoals bekend heeft de stichting aan de hbo-instellingen gevraagd een vertegenwoordiger voor te dragen voor de Raad van Toezicht. Het hbo heeft aangegeven van een plaats in de Raad van Toezicht af te willen zien.
Ter informatie vermelden wij daarbij, dat vanuit de stichting diverse besprekingen zijn gevoerd met hbo-instellingen teneinde tot samenwerking op het terrein projecten of programma’s te komen. Naar wij van de stichting hebben vernomen krijgt deze samenwerking op uitvoerend niveau ook reëel gestalte.

Vraag 4
Deelt u onze conclusie dat het onderdeel Toerisme en Recreatie niet door de Leeuwarder Hogescholen wordt uitgevoerd?

Antwoord
Wij delen deze conclusie niet. Ook met verwijzing naar de antwoorden op vraag 2 en 3 mag duidelijk zijn, dat de uitvoering van projecten op diverse wijze gestalte kan krijgen. Afhankelijk van de aard van projecten kunnen partijen – mede op basis van ieders expertise – tot gezamenlijke uitvoering van projecten komen. De stichting streeft ook voor het onderdeel toerisme uitdrukkelijk naar participatie van het hbo.

Vraag 5
Welke acties onderneemt het college om aan Fryslân beschikbaar gestelde onderzoeksgelden in Fryslân te besteden, met name als het gaat om toegepast onderzoek?

Antwoord
Wij behoeven daarvoor – wat betreft de aan de stichting Kenniscentrum Duurzame Innovaties toegekende middelen, met name Kompas-middelen – geen bijzondere acties te ondernemen. De Kompas-middelen dienen in het noorden tot besteding te komen. Uitvoering van de activiteiten vindt in het noorden plaats. Bij de stichting is dit uiteraard bekend. Dit geldt ook voor de binnen de stichting participerende TU’s.

Vraag 6
Deelt het college onze mening dat het vreemd is dat kennelijk de Raad van Toezicht nog niet bemenst is, terwijl in 2005 gesuggereerd is dat de leden van de Raad van Toezicht bekend waren?

Antwoord
Hier moet een misverstand in het spel zijn. De Raad van Toezicht is al geruime tijd “bemenst”. De leden zijn dezelfde personen, die in 2005 genoemd werden, te weten de heren Hermans, Olijslager, en Doppenberg. Als vertegenwoordiger van de TU’s is inmiddels tot de Raad van Toezicht toegetreden de heer A. Fokkema, rector magnificus van de TU Delft.

Vraag 7
Deelt het college de overwegingen van de voorzitter van de HNN-groep voor het niet voordragen van een kandidaat vanuit de Noordelijke Hogescholen in de Raad van Toezicht, en kunt u dit motiveren?

Antwoord
Wij zijn van mening, dat in de brief van 23 december 2005 van de voorzitter van de Hogescholengroep Noord Nederland argumenten worden genoemd, die blijk geven van een ontoereikend inzicht in de doelstellingen, opzet en werkwijze van het Kenniscentrum Duurzame Innovaties.
Wij vermelden in dit verband, dat al in een vroeg stadium – namelijk bij de ontwikkeling van de eerste plannen voor het kenniscentrum – aan het hbo is verzocht deel te nemen aan een begeleidingsgroep. Om hen moverende redenen heeft het hbo daar toen van afgezien. Wij blijven van mening, dat de samenwerking tussen het Kenniscentrum Duurzame Innovaties, de daarin deelnemende TU’s, en de hbo-instellingen van groot belang is voor de bevordering van innovaties op economisch terrein in onze provincie. De mogelijkheden voor die samenwerking zijn volop aanwezig. Het kenniscentrum spant er zich voor in om deze gezamenlijke aanpak uit te bouwen.

Gedeputeerde Staten van Fryslân,

drs. E.H.T.M. Nijpels , voorzitter.
mr. J. Wibier , secretaris.

Reacties (0)

Reactie toevoegen

Naam *
E-mail *
Bericht *