Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
12 mei 2006

CDA stelt schriftelijke vragen over concessie openbaar vervoer

12 mei 2006


De CDA Statenfractie Fryslân heeft Gedeputeerde Baas schriftelijke vragen gesteld over de concessie voor het openbaar vervoer in Fryslân.

De vragen luiden als volgt:

  1. Medio maart 2006 zouden GS een besluit nemen inzake de gunning van de concessie openbaar vervoer in het gebied Noord- en Zuidwest Fryslân. Met redenen omkleed en de toezegging dat de vertraging geen gevolgen zou hebben voor het tijdig opstarten van de nieuwe concessie waarin het 3 deelsysteem, a b c net, (OVentuur model) ontwikkeld en uitgevoerd kan worden, is toegezegd dat eind april 2006 het besluit tot gunning zou worden genomen. We zijn nu medio mei 2006 en er nog steeds geen besluit tot gunning genomen. Welke redenen heeft u om het besluit steeds verder in tijd uit te stellen?
  2. Welke gevolgen heeft het uitstel tot verlening van voornoemde concessie, voor het tijdig voorbereiden van het 3 deelsysteem met de ingang van de nieuwe concessieperiode?
  3. Welke gevolgen heeft het uitstel tot verlening van voornoemde concessie, als het gaat om tijdig aanschaffen van het rijdend materieel dat voldoet aan de gestelde leeftijds- en milieu- eisen?
  4. Welke claim kunnen de OV bedrijven indienen bij de provincie Fryslân, of hoe groot zijn de meerkosten voor de provincie Fryslân, omdat GS de besluitvorming tot gunning heeft verdaagd tot ten minste 3 x toe?
  5. Op welke termijn neemt u het besluit tot gunning van voornoemde concessie?

Indiener: CDA, Karel Lever


Beantwoording

Datum antwoord: donderdag, 20 juli 2006

Onderwerp : Statenvragen inzake vertraging gunning openbaar vervoer concessiegebied Noord en Zuidwest Fryslân.

Op 12 mei 2006 heeft u enkele vragen gesteld over de procedure met betrekking tot de aanbesteding van het openbaar vervoer in het concessiegebied Noord en Zuidwest Fryslân. De heer H.A. Offermans van onze afdeling Verkeer en Vervoer heeft u laten weten dat de vragen niet binnen de daarvoor geldende termijn beantwoord zullen worden. Wel heeft gedeputeerde Baas op 24 mei 2006 Provinciale Staten in een besloten bijeenkomst geïnformeerd over de gang van zaken met betrekking tot de aanbesteding van het openbaar vervoer in het concessiegebied Noord en Zuidwest Fryslân. Via de informatie van gedeputeerde Baas tijdens de bijeenkomst zullen de meeste vragen reeds mondeling beantwoord zijn.

Onze schriftelijke antwoorden op uw vragen volgen hieronder.

Vraag 1

Medio maart 2006 zouden GS een besluit nemen inzake de gunning van de concessie openbaar vervoer in het gebied Noord- en Zuidwest Fryslân. Met redenen omkleed en de toezegging dat de vertraging geen gevolgen zou hebben voor het tijdig opstarten van de nieuwe concessie waarin het 3 deelsysteem, a b c net, (OVentuur model) ontwikkeld en uitgevoerd kan worden, is toegezegd dat eind april 2006 het besluit tot gunning zou worden genomen. We zijn nu medio mei 2006 en er nog steeds geen besluit tot gunning genomen. Welke redenen heeft u om het besluit steeds verder uit te stellen?

Antwoord vraag 1
Het lag in de bedoeling om op 11 april 2006 te besluiten aan wie de concessie voor het openbaar vervoer in Noord en Zuidwest Fryslân zou worden gegund. Onbedoeld zijn de verslagen van de verhelderende gesprekken tussen de provincie en de drie vervoerders die een offerte hebben ingediend, naar alle drie vervoerders gestuurd. De publiciteit die hierdoor ontstond heeft tot enige onrust geleid.
Naar aanleiding van de ontstane situatie hebben wij extra juridisch advies ingewonnen. Mede op grond van deze juridische adviezen hebben wij op 23 mei 2006 besloten de concessie voorwaardelijk aan Connexxion te gunnen. Arriva heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend. Tevens is door Arriva een voorlopige voorziening aangevraagd bij het Colege van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Naar verwachting dient deze zaak op 8 september 2006 bij het CBB.

Vraag 2

Welke gevolgen heeft het uitstel tot verlening van voornoemde concessie, voor het tijdig voorbereiden van het 3 deelsysteem met de ingang van de nieuwe concessieperiode?

Antwoord vraag 2
Het uitstel van het gunningbesluit met 6 weken heeft op grond van de huidige informatie van de vervoerder geen gevolgen voor de implementatie.

Vraag 3

Welke gevolgen heeft het uitstel tot verlening van voornoemde concessie, als het gaat om tijdig aanschaffen van het rijdend materieel dat voldoet aan de gestelde leeftijds- en milieu-eisen?

Antwoord vraag 3
Het uitstel van het gunningbesluit met 6 weken zou volgens de vervoerder geen gevolgen hebben gehad voor het tijdig aanschaffen van het rijdend materieel dat voldoet aan de gestelde leeftijds- en milieu-eisen. Het is echter niet uitgesloten dat het late tijdstip van behandeling (8 september 2006) van het verzoek voor om voorlopige voorziening dat is ingediend door Arriva, wel gevolgen heeft voor de aanschaf van het materieel.

Vraag 4

Welke claim kunnen de OV bedrijven indienen bij de provincie Fryslân, of hoe groot zijn de meerkosten voor de provincie Fryslân, omdat GS de besluitvorming tot gunning heeft verdaagd tot tenminste 3 x toe?

Antwoord vraag 4
Alleen het feit dat de besluitvorming over de concessieverlening met 6 weken is vertraagd, biedt naar ons oordeel onvoldoende grondslag om een gerechtvaardigde claim bij de provincie in te dienen. Voor de provincie zijn hieraan naar verwachting dan ook geen meerkosten verbonden.

Vraag 5

Op welke termijn neemt u het besluit tot gunning van voornoemde concessie?

Antwoord vraag 5
Zie het antwoord bij 1.

Gedeputeerde Staten van Fryslân,
drs. E.H.T.M. Nijpels , voorzitter
mr. J. Wibier , secretaris