Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
15 juni 2007

CDA maakt zich zorgen om draagvlak ganzengedoogbeleid

De CDA Statenfractie maakt zich zorgen om de toenemende aantallen overwinterende ganzen in Fryslân en stelt daarom vragen aan Gedeputeerde Staten. Vanuit het veld krijgt zij de signalen dat het draagvlak onder de agrariërs onder grote druk staat, terwijl dit draagvlak juist essentieel is voor het Friese ganzengedoogbeleid. De bedrijfsvoering van de agrariërs heeft veel last van de toenemende aantallen en de bestrijding of verjaging van ganzen lijkt soms onuitvoerbaar.

Het ganzengedoogbeleid is mede gebaseerd op het draagvlak van de grondbeheerders, veelal de boeren. De schade die de ganzen aanrichten wordt getaxeerd door het Faunafonds en de boeren ontvangen voor de schade een vergoeding. De laatste jaren is het aantal ganzen echter enorm gestegen, tot wel drie keer het aantal wat oorspronkelijk als doelstelling was vastgesteld. Deze aantallen groeien de boeren als het ware boven het hoofd, omdat ze ook over steeds grotere oppervlakten foerageren. De schade wordt daarbij altijd achteraf getaxeerd en de schade aan bedrijfsvoering wordt hier vaak onvoldoende in meegenomen. Het signaal wordt daarom afgegeven dat als het zo verder gaat, het wat de boeren betreft niet meer hoeft. Het draagvlak voor het gedoogbeleid staat daarmee onder grote druk.

De provincie heeft een belangrijke taak in de uitvoering van het beleid voor overwinterende ganzen. Ontheffingen voor verjaging en afschot kunnen verleend worden door GS, maar deze maatregelen zijn in delen van Fryslân als een druppel op een gloeiende plaat. De ganzen laten zich amper nog verjagen of men moet om het kwartier het veld in. Daarnaast is afschot vaak geen optie, omdat op het zelfde perceel veel weidevogels zitten te broeden. Het ganzengedoogbeleid en het weidevogelbeleid lijken dus duidelijk met elkaar in conflict te komen binnen deze gebieden.

De CDA Statenfractie vraagt het college nu om maatregelen en een oplossing. Eén daarvan ligt voor het CDA in een principiële discussie met het rijk. “Wij willen graag dat de gedeputeerde met de minister in gesprek gaat over het aantal ganzen dat nu eigenlijk gedoogd moet worden. Wij zijn voorstander van het ganzengedoogbeleid, maar de top is zo langzamerhand echt bereikt. We hopen dan ook dat er tot een structurele oplossing gekomen kan worden, voordat het draagvlak te veel beschadigd raakt”, aldus woordvoerder Fernande Teernstra. 
 

Meer informatie

Fernande Teernstra, woordvoerder T. 06 – 24 73 90 33

 

De schriftelijke vragen aan het college:

De vragen zijn beantwoord door het college op 23 augustus.

 

1. Is het u bekend dat het aantal overwinterende ganzen en de schade die hierdoor veroorzaakt wordt, de afgelopen jaren blijft toenemen?

Ja


2. Wat vindt u van het signaal dat de grondbeheerders afgeven, dat het essentiële draagvlak voor het ganzengedoogbeleid door de toenemende aantallen (over steeds grotere oppervlaktes) en overlast (o.a. geen normale bedrijfsvoering mogelijk en geen eerste snee) wat hen betreft onder grote druk staat en dus verloren dreigt te gaan?

Dat heeft ons al eerder reden tot actie gegeven.


3. Wat wilt u hieraan gaan doen?

Het signaal is, zowel door de provincie als door BoerenNatuur, Natuurlijk Platteland Nederland (NPN) en LTO Nederland, reeds dringend doorgegeven aan de minister van LNV, met het verzoek hiervoor oplossingen te bewerkstelligen. Zij heeft toegezegd actie te zullen ondernemen, vooral als het gaat om de controle in het veld. Wij hebben de inschrijfperiode, om in het kader van de provinciale Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (PSAN) een opvangovereenkomst voor overwinterende ganzen aan te vragen, verlengd tot eind augustus.

4. Wat vindt u van het feit dat de agrariërs hun vergoedingen voor gewasschade achteraf krijgen en van het feit dat in veel gevallen de schade voor de bedrijfsvoering niet bij de taxatie meegenomen wordt en wat kan de provincie hierin betekenen?

Gewasschade kan pas worden vastgesteld nadat dit zich heeft voorgedaan. De vergoedingen kunnen dus ook pas na taxatie worden betaald.
Op basis van de “Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds” kan het bestuur van het Faunafonds slechts een tegemoetkoming verlenen voor schade, die door vraat, betreden, verontreiniging, graven, wroeten en vegen aan bedrijfsmatige landbouw, bosbouw of bedrijfsmatige visserij is veroorzaakt. Schade voor de bedrijfsvoering zit hierin dus niet opgesloten.De provincie speelt hierbij geen rol. Overigens is in de PSAN-overeenkomst die voor hetgedogen van ganzen kan worden afgesloten, voorzien in een vergoeding die bestaat uit 2 componenten: 1 voor de getaxeerde schade en 1 voor het gedogen van de ganzen, die kan worden gezienals een vergoeding voor schade aan de bedrijfsvoering. Verhoging van de eerste component maaktdeel uit van het afgegeven signaal als bedoeld onder antwoord 3.

5. a. Wat vindt u van het feit dat de minister aangeeft dat afschot een belangrijke factor is bij het verjagen van ganzen, dat de provincies hier veel beleidsvrijheid in hebben maar dat dit juist niet strookt met het Friese weidevogelbeleid (afschot en broedparen in hetzelfde perceel)?

In het Beleidskader Faunabeheer zijn door de deelnemende partijen (waaronder de provincies) afspraken gemaakt t.a.v. overwinterende ganzen. Buiten de gedooggebieden moeten de ganzen worden verjaagd, eventueel met ondersteunend afschot, om te bewerkstelligen dat ze naar de gedooggebieden trekken. Wat dat betreft heeft de provincie geen beleidsvrijheid, tenzij de provincie alle ganzenschade voor eigen rekening neemt. Dit geldt ook voor overzomerende ganzen, aangezien het Faunafonds slechts een tegemoetkoming in de schade betaalt als door een boer alle mogelijke maatregelen ter voorkoming van schade zijn genomen, waaronder afschot.
Overigens is het nog maar de vraag of weidevogelbroedparen hinder ondervinden van het afschot. De afgelopen 2 seizoenen is door LNV evaluatieonderzoek gedaan naar de relatie weidevogels en ganzen. Het onderzoek is nog niet afgerond en wordt door ons afgewacht.


b. Vindt u dat hier een keuze gemaakt moet worden?
Zie antwoord onder a.


6. Welke aanvullende maatregelen kunnen er genomen worden als afschot c.q. verjaging alleen onvoldoende is en op welke schaal wordt hier gebruik van gemaakt?

Verjaging en afschot is alleen toegestaan buiten de ganzengedooggebieden. Alvorens tot verjaging en afschot wordt overgegaan moeten eerst preventieve maatregelen worden genomen in de vorm van vogelverschrikkers, stokken met plastic zakken, knalapparaten, vogelafweerpistolen, het spannen van draden etc. Hiervan wordt op grote schaal gebruik gemaakt.

7. a. In de brief van de minister van 23 mei 2007 (nr. 29446) wijst zij nadrukkelijk op de grote verantwoordelijkheid en de rol die de provincies hebben aangaande het ganzenbeleid. Bent u het met ons eens dat in dat kader de (principiële) discussie met de minister aan gegaan moet worden over de hoeveelheid ganzen die er gedoogd (moeten) worden (de stijging van 1,5 miljoen naar 4 miljoen in de afgelopen jaren)?

Zoals bij antwoord 5 reeds opgemerkt zijn (en worden) in het Beleidskader Faunabeheer door de deelnemende partijen (waaronder de provincies) afspraken gemaakt t.a.v. het ganzenbeleid. De verantwoordelijkheid en de rol van de provincie bestaat er uit dat wij volledig uitvoering geven aan de in het Beleidskader gemaakte afspraken. Landelijk is 80.000 ha voor de opvang van ganzen aangewezen. Evaluatieonderzoek (waarvan de uitkomsten nog niet bekend zijn) moet uitwijzen hoeveel ganzen kunnen worden opgevangen binnen deze 80.000 ha. Buiten deze 80.000 ha mogen de ganzen (met ontheffingen of vrijstellingen) worden verjaagd met ondersteunend afschot. Wanneer het in het Beleidskader geformuleerde beleid tot goede resultaten leidt, is er geen noodzaak tot een discussie over aantallen ganzen die gedoogd (moeten) worden. De grootte van de ganzenpopulatie verhoudt zich immers recht evenredig tot de binnen de 80.000 ha beschikbare hoeveelheid voedsel. Overigens blijkt uit officiële tellingen van SOVON dat het aantal in Nederland waargenomen ganzen (wintermaxima)de afgelopen 10 jaar is toegenomen van ongeveer 1,2 tot 1,7 miljoen(in Fryslân van 396 duizend tot 714 duizend).Aantallen van 4 miljoen zijn door SOVON nietgesignaleerd.
 

b. Zo ja, hoe wilt u dit aanpakken?

Zie onder antwoord a.

c. Zo nee, waarom niet?

Voorlopige cijfers van het Faunafonds wijzen op een vermindering van schade buiten de gedooggebieden en zouden er op kunnen wijzen dat het beleid resultaat afwerpt. De afgelopen twee seizoenen heeft evaluatieonderzoek plaatsgevonden naar het gedoogbeleid. De definitieve uitkomsten zijn nog niet bekend en worden afgewacht.


8. Wat vindt u van de schadepreventieonderzoeken, zijn deze al uitgevoerd in Fryslân en wat zijn hier de resultaten van?

Wij staan achter onderzoek naar nieuwe methoden van ganzenschadepreventie. Alle mogelijkheden om schade te voorkomen moeten worden aangegrepen. De onderzoeken worden in opdracht van het Faunafonds uitgevoerd door een (aantal) bureau(‘s). Ons is niet bekend of in Fryslân dergelijk onderzoek heeft plaatsgevonden; overigens is dit ook niet relevant, aangezien ganzen en ganzenschade in het gehele land voorkomen en het schadebeeld elders gelijk is aan dat in Fryslân. Definitieve resultaten van het onderzoek zijn nog niet bekend. Tussenrapportages hebben uitgewezen dat het aanbrengen van zwartgele linten een sterk en herhaalbaar effect heeft op het weren van grauwe ganzen. Visuele merktekens in het veld schijnen ganzen af te schrikken. Uit een studie van de Universiteit Groningen blijkt dat ganzen veel meer kleuren kunnen zien dan mensen. Ganzen kunnen zelfs infrarood zien. Dit kan ook voor vervolgonderzoeken een aanknopingspunt zijn.
Daarnaast is gebleken dat ganzen een sterke voorkeur hebben voor witte klaver. Wanneer buiten de landbouwbedrijven op grote schaal witte klaver zou worden ingezaaid bestaat echter het risico dat de ganzenpopulatie groeit door de toename van voedselbeschikbaarheid waardoor de problemen zich zouden kunnen verplaatsen of verergeren.


9. a. In hoeverre is het aantal overzomerende ganzen een probleem (aan het worden) in Fryslân en hoe wordt hierop geanticipeerd?

De aantallen overzomerende ganzen vormen in toenemende mate een probleem. In maart van dit jaar is in Fryslân een overleggroep gevormd, bestaande uit vertegenwoordigers van de provincie, LTO Noord, KNJV, Fauna Beheer Eenheid, Faunafonds en de terreinbeherende instanties. Deze groep is bezig het overzomerende ganzenprobleem in Fryslânin beeld te brengen en met het uitwerken van (maatwerk)oplossingen.

b. Wat vindt u van de principiële discussie dat overzomerende ganzen hier in principe niet thuis horen en hier dus ook niet gedoogd zouden moeten worden?

Niet van alle soorten overzomerende ganzen kan gezegd worden dat ze hier niet thuis horen. Er verblijven hier zomers ook soorten die uit andere landen hier heen trekken en waarvoor internationale verplichtingen gelden. De oplossing moet gezocht worden in het beheersbaar maken van het schadeprobleem. Dit kan voor de ene soort een andere aanpak vereisen dan voor een andere soort. De minister van LNV heeft het overleg over het Beleidskader Faunabeheer verzocht haar voor 1 oktober a.s. te adviseren over oplossingen voor de problematiek van de overzomerende ganzen. Daarnaast bestaat in onze provincie op dit moment een ontheffing voor legselbeperking en afschot van overzomerende grauwe ganzen.
 

Reacties (1)

D.Bijlsma reageerde op vrijdag 13 november 2009 om 17:30

Het trieste is dat er boeren zijn die wel profiteren van de subsiedie van het ganzenbedoogbeleid maar de regels aan hun laars lappen.De heer E.nne Feensta Bonjeterperweg te Allingawier steekt de subsidie wel in zijn zak maar op 13 nov lopen er nog steeds 33 pinken in het weiland wat valt onder het gedoogbeleid .Wordt het niet tijd dat de boeren die de regels aan hun laars lappen worden geweerd van de toegekende subsiede worden geweerd,

Reactie toevoegen

Naam *
E-mail *
Bericht *