Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
2 maart 2009

PvdA en CDA: passen windenergieplannen binnen Friese uitgangspunten?

De Statenfracties van PvdA en CDA willen weten of de diverse windenergieplannen in Fryslân passen binnen de door de Friese Staten gestelde uitgangspunten. De beide fracties hebben hier schriftelijke vragen over gesteld. “Het barst van de initiatieven voor windparken, ook al is het nieuwe windenergiebeleid er nog niet. We willen daarom graag weten hoe het staat met de ontwikkeling van het nieuwe beleid en of alle plannen passen binnen de uitgangspunten van de Friese Staten,” aldus Henni van Asten (PvdA) en Fernande Teernstra (CDA).

De PvdA en CDA willen ook graag weten of het kabinet van plan is om in Fryslân plekken voor windmolenparken aan te wijzen, en of de provincie ongewenste ontwikkelingen op het gebied van windenergie kan tegengaan tot het nieuwe provinciale beleid is vastgesteld. Verder zijn de beide fracties benieuwd hoe Gedeputeerde Staten, in de wetenschap dat de Staten zoveel mogelijk willen regionaliseren, aankijken tegen de zogenaamde ‘pijplijnprojecten’ op het gebied van windenergie en tegen de plannen bij Kollum, Lauwersoog en Lemmer. Van Asten: “Wij hebben liever 2 parken met 10 windmolens, dan 10 parken met 2 windmolens.”

CDA en PvdA vinden dat het plaatsen van windturbines op een verantwoorde manier moet gebeuren. “Windenergie is duurzaam en goed voor het milieu,” aldus Teernstra. “Maar de plaatsing van turbines moet wel goed worden gedaan: er moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met het uiterlijk van windturbines en de landschappelijke inpassing.” De beide fracties willen graag weten hoe het college de onderzoeken naar de effecten op de volksgezondheid beoordeelt.

Bij de evaluatie van Windstreek 2000 vorig jaar gaven PvdA en CDA aan dat zij een hogere vermogensdoelstelling wilden. Daarnaast wilden beide fracties ook verdere regionalisering, aandacht voor het uiterlijk van windturbines en pilots voor ultrakleine windmolens. Deze uitgangspunten kregen de steun van de meerderheid in Provinciale Staten.

De vragen zijn beantwoord op 23 april 2009 en luiden als volgt:

  1. Wat is de stand van zaken rond het vernieuwen van de nota Windstreek 2000?
    Op 21 april 2009 hebben wij een startnotitie voor een nieuw windbeleid vastgesteld. Deze startnotitie zullen wij aan u toezenden.
     
  2. Heeft u al een overzicht gemaakt van de projecten die bij de behandeling van de evaluatie nota Windstreek 2000 in de ‘pijplijn’ zaten? Zo ja, hoe ziet dat overzicht eruit?
    In de startnotitie is een overzicht van ons bekende initiatieven opgenomen.
     
  3. Welke afspraken heeft u in IPO-verband gemaakt over o.a. het wegnemen van belemmeringen van radar, geluid, rentabiliteit en een hogere vermogensdoelstelling op het land en in het IJsselmeer? Zijn er daarbij mogelijke plekken aan de orde geweest? Zo ja, welke?
    Afgesproken is dat het Rijk met betrekking tot de radarproblematiek en laagvliegroutes, rentabiliteit van projecten (inclusief de rol van de SDE-regeling daarin) en net- aansluiting vervolgacties zal starten. Er is geen concrete afspraak gemaakt over een hogere vermogensdoelstelling per provincie. Wel is afgesproken dat het Rijk, IPO en VNG zich gezamenlijk zullen inspannen om het aandeel windenergie in de huidige kabinetsperiode meer dan verdubbelen. Tevens is in het Klimaatakkoord een indicatieve vertaling gemaakt naar de mogelijkheden voor de productie van duurzame energie per provincie voor 2020. Voor wind op het land wordt voor Fryslân indicatief uitgegaan van 240 MW (op dit moment staat er in Fryslân 154 MW opgesteld). Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen het land en het IJsselmeer. Er zijn geen concrete afspraken gemaakt over locaties.
     
  4. Wat zijn de gevolgen van de inwerkingtreding van de Rijkscoördinatieregeling voor Energie-infrastructuur op 1 maart 2009 voor de Friese situatie?
    Voor windmolenparken van 100 MW en meer is de rijkscoördinatieregeling automatisch van toepassing. De ministers van EZ en Vrom nemen gezamenlijk het ruimtelijke besluit over deze projecten (via een rijksinpassingsplan) en de minster van EZ coördineert de afgifte van de benodigde vergunningen.
     
  5. Heeft u instrumenten in handen om ongewenste ontwikkelingen op het gebied van windenergie tegen te gaan, totdat het nieuwe provinciale beleid daadwerkelijk is vastgesteld?
    Ja, hiervoor kan o.a. een verordening gebruikt worden.
     
  6. Hoe ziet u de zgn. pijplijnprojecten op het gebied van windenergie en plannen als bij Kollum, op de provinciegrens in de haven van Lauwersoog en nabij Lemmer (onderdeel van het grote offshore Windmolenpark Flevoland) in relatie tot de opvatting van de Staten dat er verder geregionaliseerd moet worden (liever 2 parken van 10, dan 10 van 2)?
    Bij de evaluatie van Windstreek hebben PS uitgesproken Windstreek in takt te laten en aangedrongen op het opstellen van nieuw beleid. Meer ambitie, verdere opschaling en regionalisering zijn hierbij als uitgangspunten voor dat nieuwe beleid genoemd. Deze uitgangspunten worden vorm gegeven binnen het op te stellen nieuwe beleid. Tot die tijd is Windstreek 2000 het geldende beleidskader. Wanneer een initiatief voldoet aan de uitgangspunten van Windstreek wordt daaraan meegewerkt.
     
  7. Zijn er andere overwegingen die een rol spelen bij de beoordeling van deze plannen?
    In het Streekplan 2007 is ruimtelijke kwaliteit een belangrijk thema. Bij de beoordeling van bestaande initiatieven wordt het aspect ruimtelijke kwaliteit nadrukkelijk betrokken.
     
  8. Heeft u kennis genomen van nieuwe onderzoeken naar de effecten op de volksgezondheid, zoals het WINDFARMperception Project, een onderzoek van de RUG, het UMCG en de Universiteit van Gòteburg, en hoe beoordeelt u deze?
    Ja. Voor zover relevant zullen wij de resultaten en aanbevelingen betrekken bij het opstellen van het nieuwe windbeleid.
     

Voor meer informatie:

Fernande Teernstra, woordvoerder CDA Statenfractie, M (06) 24739033, teernstra@sis.fryslan.nl
Henni van Asten, woordvoerder PvdA Steatefraksje, T. (0519) 295 800, M. (06) 401 528 41, asten@sis.fryslan.nl
 

Reacties (0)

Reactie toevoegen

Naam *
E-mail *
Bericht *