Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
9 juni 2010

CDA stelt vragen over 'beloning' straatracers

Gedeputeerde Adema stelt voor om straatracers op het circuit in Zandvoort te laten ervaren wat de gevolgen kunnen zijn van te hard rijden. De CDA Statenfractie Fryslân heeft hier vragen over gesteld. CDA woordvoerder Sietske Poepjes: "Zo worden jeugdige straatracers in feite beloond voor hun gedrag!"

Gedeputeerde Adema deed de uitspraak op donderdag 3 juni 2010 naar aanleiding van een ongeluk op de Snekertrekweg in Leeuwarden. Op dat ogenblik bestond het beeld nog dat dit door een straat-racende bestuurder was veroorzaakt. Inmiddels heeft de politie laten weten dat straatracen bij dit specifieke ongeval niet aan de orde was. Desalniettemin heeft het CDA enkele vragen over de voorstellen van de gedeputeerde tot het aanpakken van straatraces. "Wie gaat deze excursies betalen?" vraagt Poepjes zich af. "En is er rekening mee gehouden dat jongeren zo eigenlijk worden beloond?"

De vragen zijn gericht aan gedeputeerde Adema en zijn beantwoord op 13 juli 2010:

  1. U stelt voor om de "straat-racers", veelal jeugdigen, faciliteiten aan te bieden om geconfronteerd te worden met de gevolgen van hun gedrag. Op het circuit van Zandvoort zou deze categorie kunnen ervaren wat te hard rijden doet met bijvoorbeeld het reactievermogen en de remweg. Is dit een officieel voorstel van ROF?
    In het programma van Omrop Fryslân is aangesloten op een reactie van de zijde van politie Fryslân. Bij de aanpak van straatracerij dient sprake te zijn van een tweeledige aanpak. Primair dienen politie (opsporing) en justitie (vervolging) hun werk richting de overtreders te doen. Veelal is daarbij sprake van (informele) leiders van een groep. Om deze personen heen bevindt zich vaak een groep van (nog) beïnvloedbare automobilisten. Deze beïnvloedbare groep komt in aanmerking voor een ontmoeting in het kader van het succesvolle programma TRIALS (www.trials.nl) zoals dat ook in Fryslân uitgevoerd wordt onder regie van het Verbond van Verzekeraars. Mocht het daarbij voorkomen dat het Verkeers Educatie Centrum (VEC) in Drachten onvoldoende capaciteit biedt, dan zou uitgeweken kunnen worden naar bijvoorbeeld Zandvoort of Lelystad.

  2. Wie zal deze excursies naar Zandvoort betalen?
    Bij het programma TRIALS is sprake van financiering door drie partijen: het Verbond van Verzekeraars, een aantal provincies (in Fryslân via het werkplan van het Regionaal Orgaan voor de verkeersveiligheid in Fryslân (ROF)) en de deelnemer zelf.

  3. Op welke manier heeft u bij dit voorstel rekening gehouden met het ongewenst neveneffect dat racende jongeren in feite zo beloond worden? Immers, het vermakende karakter van oefenen in Zandvoort domineert eventuele leermomenten.
    Het deelnemen aan het programma TRIALS wordt niet als “een beloning” gezien. Onderzoek van de Rijks Universiteit van Groningen (RUG) heeft aangetoond dat het programma TRIALS niet de ongewenste neveneffecten heeft zoals u die veronderstelt.

  4. Op welke manier legt u een plan van aanpak tegen (o.a.) straatraces, ter besluitvorming voor aan de Staten?
    TRIALS-bijeenkomsten maken reeds enige jaren onderdeel uit van het Jaarwerkplan in het verband van het Regionaal Orgaan voor de verkeersveiligheid in Fryslân (ROF). Deze Jaarwerkplannen maken onderdeel uit van het Bestedingsplan BDU, waarover besloten wordt door het College van GS.

    Achtergrond van de site van TRIALS (www.trials.nl)
    Onderzoek RUGHet accent van Trials ligt op bewustwording van de risico’s. Trainingen die zich (alleen) richten op de rijvaardigheid hebben volgens sommige deskundigen het gevaar in zich dat cursisten na de training juist risicovoller gaan gedragen, vanuit de veronderstelling dat zij beter weten hoe ze met hun auto om moeten gaan. Het onderzoek van de RuG onder 666 deelnemers aan de training toont aan dat Trials niet zulke ongewenste bijeffecten heeft.

    Prof. dr. Karel Brookhuis, als Hoogleraar verbonden aan de Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de RuG en Hoogleraar Transportbeleid bij TU Delft, begeleidde het onderzoek. Hij is blij dat Trials hem heeft gevraagd onderzoek te doen naar de effecten: “Het effect van dit soort trainingen staat vaak ter discussie. Het is dan ook lovenswaardig dat Trials zich daaraan heeft durven bloot te stellen. Maar niet voor niets: wij denken dat Trials de vragen naar de effectiviteit na implementatie van onze aanbevelingen gemakkelijker kan pareren.”

Meer informatie:

Sietske Poepjes, woordvoerder CDA Statenfractie Fryslân, T. (06) 53742747.

Reacties (0)

Reactie toevoegen

Naam *
E-mail *
Bericht *