Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
17 november 2010

Gemeenteraadsfracties niet op afgesproken manier betrokken bij discussie bestuurskracht

De Friese gemeenteraadsfracties worden niet op de afgesproken manier betrokken bij de gesprekken over bestuurskracht, die Gedeputeerde Staten met de gemeenten zal voeren. Dat moet het CDA concluderen, naar aanleiding van een brief van het college hierover aan de gemeenten. "Wij zijn daar zeer verbaasd over," aldus CDA fractievoorzitter Ad van der Ham.

Tijdens het debat op 22 september 2010, dat ging over de rol van de provincie waar het gaat om bestuurskracht van gemeenten, had het CDA voorgesteld dat alle gemeenteraadsfracties mee mogen praten over de bestuurskracht van hun gemeente. Gedeputeerde Galema nam de CDA motie daarover over, onder aantekening dat aan de colleges zal worden meegedeeld dat het aan hen is de delegatie samen te stellen.

De brief van het college aan de gemeenten over clusteroverleggen is echter 'gericht aan de portefeuillehouder bestuurlijke organisatie, desgewenst aangevuld met een andere vertegenwoordiger uit de gemeente'. "Dat zal door de gemeenten niet worden uitgelegd zoals wij het bedoelden," aldus Van der Ham. "We willen graag weten waarom onze intentie niet explicieter is overgenomen. Ook vragen we of het college bereid is de mogelijkheid van een bredere delegatie duidelijker uit te leggen aan de gemeenten waar nog mee moet worden gesproken."

De vragen zijn gericht aan gedeputeerde Galema en beantwoord op 7 december 2010:

  1. Kan het college zich herinneren dat zij in de statenvergadering van 22 september 2010, de CDA motie bij punt 5B over de “regierol provincie inzake versterking kwaliteit lokaal bestuur” heeft overgenomen?
    Ja.

  2. Wat vindt u van de stelling dat de overwegingen en het verzoek in de motie met name gericht waren op het creëren van draagvlak, betreffende de gesprekken over de bestuurskracht, en de inzet zou moeten zijn om deze gesprekken breder te trekken dan de colleges van B&W of coalitiepartijen?
    Wij kunnen ons vinden in de strekking van deze motie. Om die reden hebben wij aangegeven open te staan voor gespreksdelegaties die breder zijn samengesteld dan uitsluitend uit leden van de colleges van burgemeester en wethouders.

  3. Het college heeft de brief overgenomen “onder aantekening dat aan de colleges zal worden meegedeeld dat het aan hen is de delegatie samen te stellen”. Kunt u zich voorstellen dat het CDA echter verbaasd is om nu een brief namens het college onder ogen te krijgen (kenmerk 00923789), met betrekking tot een clusteroverleg, die zeker niet in lijn is met onze motie? Zo nee, waarom niet?
    De door u aangehaalde brief betreft een bondige schriftelijke bevestiging van een reeds in een eerder stadium gemaakte afspraak voor het betreffende clusteroverleg. Naar onze overtuiging komt de telefonisch gemaakte afspraak en de in de brief gebruikte formulering in voldoende mate tegemoet aan onze bij het overnemen van de motie aangegeven interpretatie ervan.

  4. Bent u met het CDA eens dat uw uitnodiging in de brief, “gericht aan de portefeuillehouder bestuurlijke organisatie desgewenst aangevuld met een andere vertegenwoordiger uit de gemeente”, door de gemeenten (zonder kennis van de motie) niet uitgelegd zal worden zoals wij het bedoeld hebben? Zo ja, waarom is dan voor deze formulering gekozen? Zo nee, waarom niet?
    Wij hebben voor deze formulering gekozen omdat wij van mening zijn dat de betrokken gemeenten vrij dienen te zijn in de wijze van samenstelling van hun eigen gespreksdelegatie. Wij treden niet in de bevoegdheden van het gemeentebestuur en de daarmee verbonden scheiding van verantwoordelijkheden van college en raad.

  5. Bent u het met ons eens dat het element draagvlak bij de versterking van het lokaal bestuur van groot belang is, en dat de provincie dit binnen haar regierol dient te bewaken en zoveel mogelijk te vergroten? Zo nee, waarom niet?
    Ja.

  6. Waarom is de intentie van de CDA motie dan niet veel explicieter overgenomen?
    Zie het antwoord op vraag 4.

  7. Met welke gemeenten hebben er inmiddels clusteroverleggen plaats gevonden en met welke gemeenten zal dit nog gebeuren?
    Met de gemeenten Weststellingwerf, Ooststellingwerf, Opsterland en de Waddeneiland-gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog zullen nog gesprekken plaatsvinden. Met de overige gemeenten (met uitzondering van de 5 gemeenten die opgaan in de nieuw te vormen gemeente Súdwest Fryslân) hebben reeds (cluster)gesprekken plaatsgevonden.

  8. Bent u bereid om naar de gemeenten waarmee u nog moet praten, veel duidelijker te communiceren dat zij de mogelijkheid hebben om hun delegatie te verbreden zoals bedoeld in de motie? Zo nee, waarom niet?
    Wij hebben, zoals aangegeven, steeds alle ruimte geboden aan gemeenten om hun delegatie te verbreden. Bovendien wordt in de bestuurlijke gesprekken door de portefeuillehouder expliciet aangegeven dat voor gemeenten die dat wensen de mogelijkheid bestaat voor aanvullende gesprekken met de portefeuillehouder alsmede met de procesarchitect, de heer Schriever. De ingestelde Commissie van Wijzen heeft daarnaast de volledige vrijheid haar informatievergaring naar eigen inzicht en behoefte gestalte te geven. Daarbij is naar onze opvatting voldoende gelegenheid om – binnen de context van de gehele overlegfase – met gemeentelijke gespreksdelegaties in uiteenlopende samenstelling gericht gesprekken te voeren over de gemeentelijke bestuurskracht in relatie tot bestaande en toekomstige (boven)lokale opgaven. Indien zich verzoeken van raadsfracties en maatschappelijke organisaties aandienen zullen wij gaarne ook hun visie vernemen.


Meer informatie:

Ad van der Ham, fractievoorzitter CDA Statenfractie Fryslân, T. (06) 2159 2220