Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
5 juni 2012

CDA: Friese woningbouwcorporaties en gemeenten beschermen tegen landelijke claims

Een aantal Friese gemeenten en Friese woningbouwcorporaties lopen financiële risico’s, omdat zij borg staan voor woningbouwcorporaties waarvan velen het op dit moment financieel moeilijk hebben. De CDA Statenfractie Fryslân heeft hier schriftelijke vragen over gesteld. CDA Statenlid Johan Tjalsma: “We willen de Friese gemeenten en corporaties graag beschermen tegen claims door faillissementen die helemaal niets met Fryslân te maken hebben.”

Vastgoedcrisis
Na de bankencrisis en de eurocrisis wordt op dit moment gesproken over een derde crisis, de vastgoedcrisis. Deze crisis dreigt over te slaan naar de woningbouwcorporaties. De corporatie Vestia en ook andere corporaties hebben grote financiële  problemen. Door de garantstelling van het
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) dreigen alle corporaties te worden aangesproken voor het miljardenverlies. Tjalsma: “Dat zal gevolgen hebben voor de  investeringen in de Friese volkshuisvesting. Niet alle Friese woningcorporaties zijn voldoende groot en financieel gezond om deze risico’s te dragen.”

Gemeenten als achtervang
Wanneer de woningbouwcorporaties niet voldoende geld kunnen inbrengen om het fonds van WSW in stand te houden, worden de gemeenten in Nederland als achtervang aangesproken. “Niet alle gemeenten staan borg,” relativeert Tjalsma, “maar de Friese gemeenten die wél borg staan kunnen in de problemen komen door claims van het WSW voor landelijke corporaties.” Het CDA heeft aan het college gevraagd of zij bereid is om de Friese corporaties te beschermen tegen dergelijke claims die geen enkele relatie met de Friese corporaties hebben.

Leefbaar
De volkshuisvesting is al jaren een belangrijk thema voor het CDA. Tjalsma: “Het is voor ons als partij belangrijk dat de inwoners van de provincie zich thuis voelen en prettig wonen in onze mooie provincie. De huidige financiële onrust binnen de woningbouwcorporaties kan gevolgen hebben voor de investeringen in leefbaarheid en herstructurering in stad en platteland. Dat willen wij zoveel mogelijk beperken. Fryslân moet leefbaar blijven!”
 

Meer informatie:

Johan Tjalsma, CDA Statenlid, (06) 14549224


De vragen van het CDA zijn beantwoord op 19 juni 2012:
  1. Bent u op de hoogte van de dreigingen richting de woningbouwsector?
    Ja.

  2. Bent u op de hoogte van de risico’s en de effecten hiervan op de Friese corporaties?
    Ja.

  3. Bent u op de hoogte van deze achtervangconstructie, waardoor Friese gemeenten financiële risico’s lopen bij een mogelijk faillissement van een grote landelijke corporatie?
    Ja. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw gaat voor de garantstelling uit van drie zekerheden: de primaire, secundaire en tertiaire zekerheid. De primaire zekerheid wordt gevormd door de financiële middelen van de corporaties: de liquiditeitspositie en het eigen vermogen. De borgstellingsreserve van het WSW vormt de tweede zekerheid. Als corporaties hun rente- en aflossingsverplichtingen niet nakomen, kan de borgstellingsreserve van het WSW worden aangesproken (477 miljoen, eind 2011).Als de borgstellingsreserve van het WSW onder een bepaald garantieniveau komt of dreigt te komen (0,25% van het geborgde schuldrestant), dan heeft het WSW de plicht obligo’s op te vragen bij de WSW-deelnemers. Het garantievermogen bestaat dus uit de borgstellingsreserve van het WSW plus de obligoverplichting. Het totale vermogen waarover het WSW zo kan beschikken om aan betalingsverplichtingen te voldoen bedraagt 3,7 miljard (eind 2011).De achtervangpositie van Rijk en gemeenten vormt de derde zekerheid. Indien het WSW na opvraag van obligo’s en uitoefening regresrecht nog steeds niet kan voldoen aan de verplichting, moeten rijk en gemeenten op verzoek van het WSW renteloze leningen aan het WSW verstrekken (geregeld via achtervangovereenkomsten). Met deze constructie lopen gemeenten een gering risico. Gemeenten die direct geld hebben uitgeleend aan corporaties lopen een groter risico (dit is vaak in de jaren ’80 en ’90 gebeurd).

  4. Kent u het totale bedrag van borgstelling/garantstelling voor corporaties door de Friese gemeenten?
    Nee. Het toezicht op de corporaties ligt bij gemeenten en rijk/BZK (beleidsmatig toezicht) en het WSW en rijk/BZK (financieel toezicht). De overgrote meerderheid van de Nederlandse gemeenten is bij het WSW aangesloten. In hoeverre Friese gemeenten direct garant staan voor corporaties of direct geld hebben uitgeleend aan corporaties is niet bekend.

  5. Worden deze borgstellingen/garantstellingen toegelicht in de jaarrekeningen van deze Friese gemeenten?
    In principe geven de jaarrekeningen zicht op de borg/garantstellingen van die gemeente. Omdat wij geen toezichthouder voor de corporaties zijn, vindt hierop geen specifieke toetsing plaats. Dit gebeurt door het WSW en rijk (zie antwoord bij vraag 4).

  6. Wanneer deze risico’s niet zijn geïdentificeerd, bent u dan bereid deze wel te identificeren?
    De toezichtsrol ligt vooralsnog bij het WSW, rijk en gemeenten.

  7. Bent u bereid om op basis van bovenstaande actie te ondernemen om de Friese corporaties te beschermen tegen mogelijke claims van het WSW voor mogelijke faillissementen, die geen enkele relatie met de Friese corporaties hebben?
    De achtervangconstructie en garantstelling via het WSW functioneren tot op heden goed. Wij hebben wel zorgen overgebracht aan Den Haag wat betreft beperking financiële investeringsmogelijkheden van corporaties en de forse herstructureringsopgave in de bestaande woningvoorraad in Friesland. Op dit punt wordt een gezamenlijke lobby gevoerd.

  8. Aan welke acties denkt u in relatie tot de vermeende risico’s en de kettingreacties van deze in de gehele sector?
    Er vindt een gezamenlijke lobby plaats.

  9. De mogelijke financiële risico’s op de corporaties en de gemeenten kunnen gevolgen hebben voor de investeringen in leefbaarheid, herstructurering in stad en platteland; bent u bereid om acties te ondernemen om deze gevolgen te beperken, en kunt u de mogelijke acties in relatie tot leefbaarheid en herstructurering benoemen?
    De noodzaak van eventuele acties wordt beoordeeld als de mogelijke risico’s waarschijnlijk worden.