Nederlands
Fries
teaser
overlay

Nieuws

print
17 oktober 2012

Roerdomp en smient in gevaar door groeiende populatie ganzen

De roerdomp.
Door de nog steeds groeiende populatie ganzen in Fryslân komt de natuurontwikkeling in de knel. Dat stelt de CDA Statenfractie Fryslân. “Diersoorten als de gestreepte waterroofkever, de rietzanger en de zwarte stern hebben het moeilijk, omdat de ganzen al het eten opeten en het water volpoepen,” aldus CDA woordvoerder Fernande Teernstra. Het CDA heeft hier schriftelijke vragen over gesteld.

De Deelen
Als voorbeeld noemt Teernstra het natuurgebied De Deelen. “Door de grote hoeveelheid ganzenpoep in het water is het water in De Deelen te voedselrijk,” vertelt Teernstra. “Bovendien vreten de ganzen de jonge rietplanten weg. Daardoor heeft de gestreepte waterroofkever – waarvoor De Deelen het belangrijkste leefgebied in Fryslân is – het moeilijk.” Ook de roerdomp, de zwarte stern, de rietzanger en de smient komen in de verdrukking door de ganzenpopulatie.

Maatregelen nodig
Teernstra: “Wij willen graag weten welke maatregelen er worden genomen om het aantal ganzen in toom te houden en de andere diersoorten in Fryslân te behouden. Als we dieren als de gestreepte waterroofkever, de roerdomp, zwarte stern, rietzanger en smient willen behouden, dan moeten we iets doen aan het aantal ganzen!”

Natura 2000
Om de biodiversiteit te vergroten zijn in heel Europa natuurgebieden aangewezen als Natura 2000-gebieden. Voor elk van die gebieden is aangegeven welke dieren en planten moeten worden beschermd, en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. In Fryslân zijn er op dit moment 15 gebieden definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. “De doelstellingen voor de Friese Natura 2000-gebieden komen in gevaar door het groeiende aantal ganzen,” aldus Teernstra. “De andere diersoorten komen door de ganzen in de knel.”

De vragen van het CDA zijn beantwoord op 13 november 2012:
 
  1. Hoeveel kolganzen en ove,winterende grauwe ganzen zijn er op dit moment in Fryslân?De telgegevens van dit moment (seizoen 2011-2012) van de aangegeven ganzensoorten zijn nog niet bekend. Het rapport over de maandelijkse ganzen- en zwanen tellingen, uitgevoerd door Sovon, verschijnt na afloop van de telseizoenen. Het meest recente seizoensgemiddelde voor de kolgans (gebaseerd op rapportages van voorgaande seizoenen 2006/2007 tot en met 2010/2011) is voor kolgans 106.767 exemplaren, het maximum aantal dat er in die periode in heel Fryslân in een bepaalde maand is geteld bedraagt 314.016. exemplaren. Voor de overwinterende grauwe gans zijn deze cijfers voor seizoensgemiddelde en seizoensmaximum respectievelijk; 17.543 en 36.909 exemplaren, waarvan ongeveer 40% betrekking heeft op standganzen. Dit laatste aantal is op dit moment stabiel.
     
  2. Kunt u aangeven wat de verschillen zijn tussen de doelen die Brussel, het Rijk en de provin- r cie hebben gesteld voor De Deelen?
    Alle partijen hanteren dezelfde instandhoudingsdoelen. De instandhoudingsdoelstellingen voor de Deelen zijn afkomstig uit het aanwijzingbesluit ‘Deelen’, dat is gepubliceerd en vastgesteld door het Rijk. In het ontwerp- beheerplan wordt geconstateerd dat voor de Deelen de ganzendoelstellingen worden gehaald. Er worden dan ook voor deze niet-broedvogels geen instandhoudingsmaatregelen genomen.
     
  3. Hoe gaat het op dit moment met de dieren in de Deelen die gevaar lopen door de groeiende ganzenpopulatie, zoals de gestreepte waterroofkever, de roerdomp, smient, zwarte stem en rietzanger?
    Uit het opgestelde ontwerp-beheerplan voor de Deelen blijkt dat het binnen dit gebied niet goed met de purperreiger, de roerdomp en de zwarte stem. (De gestreepte waterroofkever wordt als doelstelling voor de Deelen geschrapt, omdat dit een complementair doel is). Met de rietzanger gaat het matig. Het maatregelenpakket dat is opgenomen in het beheerplan is er dan ook opgericht om hier verbetering in te brengen.
    Deze slechte en matige staat van instandhouding’ kan niet zomaar worden verklaard door de groeiende ganzenpopulatie. Met het nemen van de maatregelen die voor deze soorten in het beheerplan zijn geformuleerd is het de verwachting dat in 1 of meer beheerplanperiodes de situatie voor deze soorten verbeterd is. Het herstel van de groei van waterplanten en verjonging van riet zijn daarbij van groot belang. Een goede waterkwaliteit is daarvoor nodig. De kwaliteit van het water wordt in de Deelen bepaald door de venige sliblaag, de geschiedenis van de inlaat van landbouwwater en mogelijk ook door vermestende werking van de ganzenpoep. Of en de mate waarin dit laatste speelt wordt -als beheerplanmaatregel- uitgezocht. Mocht dit een rol spelen, dan wordt bezien of hiervoor eventueel nadere maatregelen genomen moeten worden.
     
  4. Komen in de andere Natura 2000 gebieden in Fryslân ook vogels en andere dieren die bescherming nodig hebben in de knel door de groeiende ganzenpopulatie?
    Nee. Er zijn tot nu toe, bij de uitwerking van de instandhoudingsdoelen in de conceptbeheerplannen, geen aanwijzingen gevonden van negatieve effecten van ganzen op andere soorten, waardoor de doelstellingen voor die soorten in gevaar komen.
     
  5. Lopen de doelstellingen van de Friese Natura 2000 gebieden gevaar door het groeiend aantal ganzen?
    Nee.
     
  6. Welke maatregelen wilt u nemen om de ganzenpopulatie in toom te houden, zodat de andere diersoorten niet in gevaar komen en de doelstellingen van de Natura 2000 gebieden kunnen worden gehaald?
    De Faunabeheereenheid neemt in de gehele provincie maatregelen om de ganzenpopulatie in toom te houden. Voor specifieke maatregelen in Natura 2000 gebieden is geen aanleiding. In onze brief aan de Staten d.d. 31 mei 2012 (kenmerk 01006220) hebben wij u uitgebreid geïnformeerd over alle maatregelen die worden genomen ter beperking van de overlast door grauwe ganzen. Een notitie over het nieuwe ganzenbeleid (trek- en standganzen) in de gehele provincie wordt zo spoedig mogelijk aan Provinciale Staten voorgelegd.
 

Meer informatie:

Fernande Teernstra, CDA Statenlid, (06) 247 39 033